Klei


Welke klei kies ik best voor mijn project?


Als je start met keramiek is klei je basismateriaal. Maar welke kies je nu best? Het aanbod is groot, en elke kleisoort heeft zijn eigen eigenschappen, maar er zijn een aantal factoren die je keuze kunnen vereenvoudigen.

Wat wil je maken?

De eerste vraag is altijd: wat wil je doen met de klei?

Werk je op de draaischijf, ga je boetseren, werk je met platen of wil je gieten? Voor elke techniek bestaan kleisoorten die beter geschikt zijn en je werk aangenamer maken. Een draaiklei voelt bijvoorbeeld anders aan dan een klei voor sculptuur of handopbouw.

Baktemperatuur: aardewerk, steengoed of porselein

Een tweede belangrijke factor is de baktemperatuur. Die bepaalt hoe sterk en duurzaam je eindresultaat wordt.

Aardewerk wordt gebakken op lagere temperaturen (tot ongeveer 1150°C). De scherf blijft na het bakken poreus en dus niet waterdicht. Door te glazuren kan je het werk wel waterdicht maken, maar het blijft minder sterk dan steengoed. Aardewerk is vooral geschikt voor decoratief werk, bloempotten, tegels en servies dat niet intensief gebruikt wordt.

Steengoed wordt gebakken op hogere temperaturen (ongeveer tussen 1200°C en 1300°C). Op die temperaturen sintert de klei dicht, waardoor de scherf waterdicht wordt, zelfs zonder glazuur. Glazuur heeft hier vooral een decoratieve functie. Steengoed is bijzonder geschikt voor functioneel werk zoals servies en voor objecten die tegen weer en gebruik moeten kunnen. Je kan steengoed ook op lagere temperatuur bakken, maar dan blijft de scherf poreuzer.

Porselein is de fijnste en meest zuivere kleisoort en wordt gebakken tussen ongeveer 1250°C en 1400°C. Na het bakken is porselein wit, sterk en soms zelfs licht doorschijnend. Het vraagt wel meer ervaring: het is gevoeliger voor vervorming en krimpt meer tijdens het drogen en bakken.

Op de verpakking van de klei staat altijd de maximale baktemperatuur vermeld. Hou hier zeker rekening mee.

Kleur en uitstraling

Klei is er in veel verschillende kleuren: van wit en beige tot rood, bruin, grijs, zwart of zelfs met spikkels. De kleur speelt een belangrijke rol in het eindresultaat, zeker als je met transparante of dunne glazuren werkt.

Kies dus niet alleen op technische eigenschappen, maar ook op het visuele effect dat je wil bereiken.

Chamotte: voor stevigheid en structuur

Veel kleisoorten bevatten chamotte: voorgebakken en vermalen klei die aan de kleimassa wordt toegevoegd.

Chamotte zorgt voor:

  • minder krimp tijdens drogen en bakken 
  • minder kans op barsten en scheuren 
  • meer stabiliteit tijdens het werken 
  • een bepaalde textuur in je klei 

De korrelgrootte van de chamotte maakt een groot verschil:

Voor draaiklei wordt meestal geen of een zeer fijne chamotte gebruikt (tot ongeveer 0,2 mm).

Voor handopbouw en plaatwerk is een middelgrote chamotte (ongeveer 0,2 tot 0,5 mm) vaak ideaal. Die geeft extra stevigheid zonder te ruw aan te voelen.

Voor sculpturaal werk of grotere vormen wordt vaak grove chamotte gebruikt (0,5 mm tot 2 mm of meer). Die maakt de klei minder plastisch, maar wel veel stabieler.

Tot slot: testen en ervaren

Heb je je techniek, baktemperatuur, kleur en chamotte bepaald? Dan zit je al heel dicht bij de juiste keuze.

Toch blijft er maar één echte manier om te ontdekken wat voor jou werkt: uitproberen. Elke kleisoort voelt anders aan en iedereen ontwikkelt na verloop van tijd zijn eigen voorkeur. Geef jezelf dus de ruimte om te experimenteren en te vergelijken.


Klei